Nu de maand november weer aanbreekt, een echte herfstmaand met kortere dagen en langere periode van donker, vallende bladeren en wind en regen, worden wij als vanzelf meer naar binnen gekeerd. Bij de herfst horen bladeren die wegwaaien in de wind. Ze waaien weg, wie weet waar naar toe.
In de herfst denk je vaker na over de mensen en de dingen die voorbijgaan. De herfst is ook het seizoen van de oogst. Ook een mensenleven, elk mensenleven kent rijpe goede vruchten. In de herfsttijd van je leven mogen die opbloeien, in alle kleurrijke pracht. Maar het is ook het seizoen waarin krachten afnemen, denk je aan alles wat minder wordt, wegvloeit: het zien, het horen het lopen. Dat zou je somber kunnen maken. Het is het seizoen met lange schaduwen, het seizoen dat uitloopt op de winter waarin alles dood lijkt.
De dichter Henk Jan van Haarlem verwoordde het zo mooi:
“Met elk blad dat valt,
Valt er méér licht op aarde,
Komt méér uitzicht vrij.
Met elk blad dat valt
Staan wij sterker getekend,
Valt méér hemel ons bij.”
In dit seizoen staan wij ook stil bij al die mensen die deel uitmaakten van deze wereld, van ons leven. Mensen voor wie wij meestal heel dankbaar zijn. Wij gedenken hen in de vieringen van Allerheiligen en Allerzielen. Vaak bezoeken we hun laatste rustplaats, steken een kaarsje aan, leggen bloemen neer. In dankbare herinnering.
Als gelovigen weten wij hen thuis in het Huis des Heren, of onderweg daar naar toe. Wij ontsteken een lichtje voor hen en noemen hun namen in onze gebeden. Samen vormen wij één kerkgemeenschap: de strijdende, de lijdende en de zegenvierende kerk. Zo mogen we ons intens met hen verbonden weten. De liefde en de ontferming van God draagt ons mensen, hoe zwak en krachteloos wij vaak ook zijn. Als herfstbladeren in de wind.
Zo breekbaar kan een mensenleven zijn. Maar we dragen ook met ons mee, de belofte dat God er zal zijn. Dat zijn kracht ons meeneemt naar het licht, dat zijn liefde ons door de nacht zal dragen naar de glorievolle verrijzenis. Waar we bij hem voor altijd gelukkig mogen zijn.
Gedenken wij dan al onze geliefde dierbaren en óók zij aan wie nooit meer iemand denkt. Dat is de betekenis van Allerheiligen onlosmakelijk verbonden met Allerzielen.